Morgen rijden we naar de zee: herstel na hersenletsel

In december 2019 liep ik door een klap op mijn hoofd hersenletsel op. Ik raakte kwijt wat mij het allerliefst is: lezen, schrijven, praten. Het vermogen om met woorden een nieuwe wereld te maken. Ik moest het doen met de wereld die er al was en zelfs die hield ik buiten met oordoppen, dikke gordijnen en een slaapmasker.

Zodra het weer enigszins kon, ben ik begonnen met het bijhouden van een hersteldagboek. Eerst met moeizame haperende zinnen: ‘Ik sleur mezelf door de dagen, sleur mezelf door de zinnen’, later met langere reflecties: ‘Moe, te moe om iets te schrijven, laat staan iets moois te schrijven. Moe zijn maakt me moedeloos. Ik mis het leven. Ik mis Leiden. Ik mis het losse Leidse leven. Ik mis het om los van mijn lichaam te kunnen leven’.

Het dagboek evolueerde van schrijven als cognitieve training tot woorden als een lichamelijk onderzoek en archief. Het bijhouden van het hersteldagboek is hiermee uitgemond in het maken van poëzie waarin ik een verkenning maak van mijn lichaam en de taal die in haar geborgen is.

 

 

Ruimtes


Mijn afasie tegen aversie vervult
mijn hele lichaam. Zij en ik ver-
wisselen van betekenis ergens in
de ruimte tussen bedenken en
verspreken.

We verkennen de ruimte tussen
de ander moed inspreken en zelf
moed moeten houden, tussen niet
vergeten worden en nog mee
mogen doen.

Ik zoek naar synoniemen voor zijn
en wachten waarmee ik mijzelf
kan bedekken, maar mijn lichaam
wil voortdurend worden
herinnerd.

Zij is altijd om mij, ik ben altijd
in haar. En we raken verwarrend
vertrouwd met de verschillende
gedaantes van stilstand en
vooruitgang.

Mijn aversie tegen afasie vervult
mijn hele lichaam. Zij en ik vallen
samen ergens in de ruimte tussen
de nieuwe woorden waarin we
verdwijnen.

 

 

Slaapmeditatie 

Drukke dagen trekken aan mijn lichaam en
aan het eind van de dag zijn mijn ledematen
vergeten hoe zij in elkaar horen te passen.

Onder de dekens stel ik zonder oordeel mijn
linkerknie gerust en met zelfcompassie
beweeg ik naar mijn hart en middenrif.

Maar bodyscans voor een goede nachtrust
gaan niet samen met onsamenhangende
lichamen die zichzelf steeds verdraaien

Mijn ledematen blijven waken over
de vragen in mij en het donker weerkaats
tegen de huid om mij. Het echoot

wie wil jij zijn wie wil jij zijn?